Poëzie op Zondagmorgen

Roland Jooris

zo 01/12/2019, 10U30
De Foyer

Volgens Herman de Coninck, bestaan er drie criteria om een gedicht te beoordelen: een gedicht kan mooi zijn, het kan interessant zijn, of het kan vernieuwend zijn. In zijn essaybundel Over de troost van pessimisme beschouwt hij Roland Jooris (Wetteren, 1936) als een dichter die evolueerde van een interessant en vernieuwend dichter naar een goed dichter.

Staan zijn eerste bundels Gitaar (1956) en Bluebird (1958) nog sterk onder de invloed van de experimentele dichtkunst, dan neemt Roland Jooris in zijn latere werk steeds meer afstand van het experiment. In een poging gedicht en werkelijkheid te laten samenvallen, wordt de nadruk voortaan gelegd op eenvoud en realiteit. Hij wordt dan ook algemeen beschouwd als dé exponent van het nieuw-realisme. Hoogtepunten in zijn werk vormen Het museum van de zomer (1974), waarin een ontwikkeling naar romantisch realisme valt waar te nemen, en Akker (1982). Jooris werd als dichter herhaaldelijk bekroond: in 1979 mocht hij de prestigieuze Jan Campertprijs in ontvangst nemen; in 2004 werd Gekras gelauwerd met de driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap; Als het dichtklapt werd in 2005 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Bladgrond, zijn meest recente bundel, werd in 2017 geselecteerd voor de Herman de Coninckprijs.

Behalve poëzie publiceerde Jooris vooral over moderne beeldende kunst. Als woordvoerder van de Nieuwe Visie-beweging, met kunstenaars als Roger Raveel, Renier Lucassen, Raoul de Keyser en Etienne Elias, schreef hij teksten voor catalogi en essays voor literaire tijdschriften. Voorts ontstonden uit de samenwerking de zgn. `schilderij gedichten'. Tot in 2005 was de dichter tevens conservator van het Roger Raveelmuseum in Machelen.