“In het derde studiejaar was ik verliefd op juffrouw Anita. Op het examen zang - ik kon eigenlijk helemaal niet zo goed zingen - keek ik naar haar en ik zong alsof er een engelke in mijn keel zat met een heel klokkenspel erbij. Juffrouw Anita was mijn eerste muze.”
Na haar volgden er nog vele andere: diva’s, tragédiennes, kunstenaressen, superpoezen en moeilijke tantes. Pascale Platel zoekt in haar monoloog Les Demoiselles de Rêve et leur soutien de vrouwen die haar inspireren.
In deze lecture performance dweept Platel met haar grote voorbeelden en imiteert ze deze diva's uit de showbizzwereld. Tegelijk weet ze duidelijk de idolatrie voor haar vrouwelijke muzen te relativeren. |